Belgische Duivensport (september 2005)
Karlo Van Rompaey uit Sint-Truiden wint BOURGES nationaal met de
oude duiven!
Sint-Truiden: hartje Haspengouw met welige
afrijpende boomgaarden en haar gekende fruitveiling; terwijl de
resterende akkers zijn ingenomen door suikerbieten of tarwe. Het is
beslist één der rijkste landbouwstreken in Vlaanderen.
Vandaag zijn we te gast bij de 26-jarige' Karlo die in 2004 afstudeerde
als dierenarts. Gesprekspartners zijn Karlo en de man achter de
schermen: pa Frans,
die Karlo steevast de raad gaf: als ge iets doet, doe het goed ! Pa
Frans zegt: ik weet van duiven niets en was destijds niet eens
geïnteresseerd in de duivensport thuis in Schriek. Doch Karlo toonde bij
zijn bompa Jos wel interesse voor de duiven.
Grootvader Jos speelt als 80-jarige nog steeds, doch uitsluitend
Quiévrain en Noyon. Hij was en is nog steeds een te duchten speler in de
streek.
In 1990 kwamen de eerste duiven van grootvader Jos naar Sint- Truiden.
Pa bouwde een installatie om honderden duiven onderdak te geven en
gebouwd volgens de geldende regels voor een duivenhok: ruim, luchtig en
temperatuursonafhankelijk. Met de duiven van zijn grootvader zat hij wel
onmiddellijk in de goede duiven als 12-jarige knaap.
Over de origine van die eerste duiven is weinig geweten, maar ze
presteerden. Hij won verschillende Jeugdkampioenschappen, onder andere
in de "Gouden Duif-Junior". Nadien kwamen duiven bij, gericht op het
favoriete spel tussen 300 en 600 km.: duiven van Houben, Clenrinx via
Charlier (Zoutleeuw) en René Claes (Keerbergen). Ik focus me op de goede
duiven en niet per se op de stamkaart. De stamkaart is eerder te
beschouwen als een hulpmiddel.
De
Bourgeswinnnaar: "De Jos" 5181206/03
heeft langs vaderszijde een 1ste prijswinnaar uit Dizy-le-Gros, soort
René Claes en grootvader Jos Van Rompaey. Langs moederszijde eveneens
een Jos Van Rompaey-duif. In de hand is het een heuse onvervalste
wringer (of was hij de zoveelste keuring na zijn exploot moe?).
Hij heeft een prachtig palmares bijeengevlogen met 4 kopprijzen als
jonge duif tussen Vervins (146 km) en Melun (300 km). Als jaarling vloog
hij 8 prijzen per 10-tal tussen Chimay en Orléans met een eerste prijs.
Dit jaar won hij naast Bourges nog 3 kopprijzen bijeen. Het is een echte
kopvlieger!
Toeleven naar een wedstrijd vinden ze heel belangrijk! Zo werd
"de Jos" als volgt gemotiveerd. Naast zijn gewone, woonbak heeft "de Jos"
ook een doos op de vloer waar hij baas over is uit de tijd dat hij als
jong vloog. Deze doos zette Karlo pas 3 weken vóór Bourges terug op het
hok. Enkel bij de thuiskomst van een trainingsvlucht en de 2 weekenden
vóór Bourges werd de doos enkele uren geopend. De maandag voor Bourges
haalde Karlo alle duiven van het hok die niet voor Bourges bestemd
waren. Zo bleven de drie Bourgesduiven op het hok tot de inkorving. De
woensdagavond kregen ze hun duivin tot de inkorving. De donderdag deden
ze nog een trainingsvlucht van 30 km en bij zijn thuiskomst werd hij in
zijn bak opgesloten met zijn duivin, terwijl de 2 hokgenoten konden
bakkeleien over de doos. Eén uur voor de inkorving mocht hij zijn doos
heroveren. Deze twee hokgenoten vliegen evenens heel vooraan. Motiveren
is een kunst, doch je moet weten hoe ver je mag gaan. Het hoort bij de
huidige duivensport.
Een minder geslaagd voorseizoen
rechtzetten is niet iedereen gegeven. Karlo startte een praktijk op als
pas afgestudeerde dierenarts. Dat vraagt tijd en de duiven waren daar
mogelijk de dupe van. Alhoewel hij in zijn studententijd in Gent ook 5
dagen van huis was. Zijn pa kreeg instructies voor een hele week, netjes
neergeschreven en in de week rinkelde de telefoon honderden keren,
wederzijds, "Belgacom is er rijk van geworden", lacht ma!
Na de halve-rampvlucht uit Châteauroux, waarbij de duiven met
mondjesmaat thuis sukkelden, was de moed er uit en van conditie was geen
sprake meer. Het spel werd voor 2 weken stilgelegd, er werd gekuurd
tegen tricho en na 3 weken rust op weduwschap werden de duiven opnieuw
opgeleerd. Vermits Karlo heel veel belang hecht aan de trainingsvluchten
in de pèriode tussen 2 wedstrijden in , werden de op weduwschap gebleven
doffers een 5-tal keren gelost op zo’n 30 km. Vervolgens vlogen ze
succesvol Vervins(140 km) en op de Limburgse Kankervlucht uit La Ferté
(256 km,) scoorden ze 8 op 11 ,Duiven én baas hadden opnieuw vertrouwen,
La Ferté werd vervlogen het weekend voor de nationale Bourges, met een
nationale zege als gevolg, Je moet het blijkbaar in je vingers hebben.
Wat vraagjes aan een pas afgestudeerde dierenarts !
Waarom spelen alle dierenartsen goed, tot frustratie van de
concurrentie?
Duivenmelkers die voor dierenarts studeren hebben een boontje voor de
duivensport, Ze koppelen hun hobby aan hun toekomstig beroep en studeren
in feite constant met de duiven in hun achterhoofd. Uiteraard leren ze
heel veel over voeding en de zaken die gezondheid, forme in de weg
staan. Ze zijn vertrouwd met de medicatie en hebben oog voor de kleinste
symptomen van een opduikende besmetting, bacterieel, doch ook viraal
((Herpes o.a,). Bedenk toch maar dat superforme pas tot ontbolstering
komt als de duiven zich goed op het hok voelen. Ik denk dat
duivendierenartsen dubbel gemotiveerd ziin.
Wat kan de doorsneemelker Ieren van zo'n Jeugdig kampioen?
Ik heb geluk gehad door onmiddellijk te starten met goede duiven, op een
goed hok en een goede leermeester. Zeer belangrijk vind ik:
a) Kiezen wat je wilt in functie van de beschikbare tijd. Je planning,
je ambities aanpassen aan wat je aankunt Onmiddellijk hebben wij
geopteerd voor het spel tussen 300 en pakweg 600 km. We spelen met een
30 weduwnaars en vanaf volgend jaar gaan we een 12-tal duivinnen op
weduwschap spelen (duivers hiervan worden niet gespeeld).
b) Mijn pa zei: "Watje ook doet, doe het goed en doordacht!", Ik ben
inderdaad supergemotiveerd om te presteren. De korf is de enige
beoordelingsnorm, terwijl de pedigrees enkel een ondersteunend effect
geven als ze presteren, Hier ligt de lat inderdaad hoog,
Kweken met gewone, goede, beter, beste duiven die gepresteerd hebben op
de geviseerde discipline verschilt een hele slok op de borrel,
Duivensport is geen exacte wetenschap, maar leunt er vermoedelijk
tegenaan. Als je het geviseerde bereikt, probeer tevreden te zijn in
plaats van ondoordacht meer en beter te willen.
c) Vanaf de eerste dag hebben wij oog gehad voor de belagers van het
prestatievermogen. Deze problematiek moet elke melker opvolgen en pas
ingrijpen als er een probleem is.
d) Heel veel aandacht besteden aan de training. Duiven opleren dient
om de oriëntatie aan te scherpen, alert te houden. Dit kan alleen door
ze zelf op te laten of mee te geven. AIIe sportlui hebben een uitgekiend
aangepast trainingsschema! Waarom zou dat bij duiven anders zijn? Maar
duivenmelkers moeten zich én focussen op de snelheid verwekt door de.
geschikte spieren én de soortgebondenheid, doch ook op de alerte
oriëntatie, die het rechtlijnig, huistoe navigeren, spurten, bevordert.
Conclusie. Bij leven en welzijn wordt dit een heel groot
kampioen, Wie leeft zal zien!
Antoon Malfait
|