Hoe het begon
Als kind ging
Karlo steeds bij zijn grootouders in Schriek op vakantie om dan met grootvader
'peter Jos' hele dagen met de duiven bezig te zijn. Een betere
leermeester dan Jos Van Rompaey kan men zich wellicht niet indenken.
Ondanks zijn respectabele leeftijd - Jos is in de tachtig! - speelde hij in
2005 nog kampioen oude duiven vanuit Noyon en vice-kampioen met de
jaarlingen, om maar iets te zeggen... En daarbij was Karlo in de
wieg gelegd voor de duivensport. Karlo was amper 4 jaar oud toen hij 'De
Oude Witte' (1984) als een stip hoog in de lucht reeds herkende en Jos
toeriep: 'Peter, peter! Daar is de Witte!' De 'Oude Witte' was een
super-vlieger en geweldige stamduif...
Het kon dan ook niet uitblijven. In 1990 werd Karlo op
11-jarige leeftijd lid van de KBDB. De eerste wedstrijdduiven
werden gehuisvest in het kippenhok. Een jaar later bouwde vader
Frans een heus duivenhok dat bevolkt werd met duiven van
grootvader Jos. De komende jaren zou blijken dat de
vitesseduiven uit Schriek perfect mee kunnen draaien in het
Limburgse halvefondprogramma. Zeer goede uitslagen werden
behaald op vluchten van 70 tot 700 km. (zie rubriek RESULTATEN).
De laatste jaren presteren ook andere liefhebbers in binnen- en
buitenland met de Van Rompaey-duiven.
Na 15 jaar duivensport in Sint-Truiden werd in 2005 het
absolute hoogtepunt bereikt. Karlo won de 1e Nationaal Bourges
tegen 9896 oude duiven! De ultieme duivendroom van Karlo werd
verwezenlijkt. Een nationale overwinning op dé koninginnenvlucht
uit Bourges.

In 1988 kreeg Karlo
zijn eerste reisduiven van peter Jos. Peter Jos maakte Karlo dolgelukkig
toen hij hem een constateur als communiegeschenk bracht. Niemand kon
toen bevroeden dat op die dag een kampioen gelanceerd werd.
Voor hetzelfde geld was Karlo waarschijnlijk schapenfokker
geworden. Vader Frans stond in de jaren 1980-1991 aan de top van
de Belgische Suffolk-schapenfokkerij. Hij behaalde vele
regionale en provinciale overwinningen en bracht het zelfs tot
nationaal kampioen met zijn legendarische ram "Joujou". Karlo
was niet van hem weg te slaan.
Van grootvader Jos Van Rompaey kreeg Karlo in 1990 echter
"echte" duiven ter vervanging van zijn sierduiven. Karlo, hoewel
zelf nog altijd veel met de schapen bezig, zou zich voortaan
vooral bekommeren om zijn gevleugelde vrienden. Spoedig kende
hij alle ringnummers van buiten en citeerde hij de afstamming
van elke duif. In het duivenlokaal stelden de inkorvers hem
herhaaldelijk op de proef. Zij lazen met opzet 'foute' nummers
af maar keer op keer verbeterde kleine Karlo hen en keer op keer
stonden de samenzweerders verbluft te kijken.
Met Karlo zou de traditie van de Schriekse familie Van
Rompaey worden voortgezet, die van de duivenliefhebberij. |
Peter Jos op bezoek


De 'Oude Witte'

De eerste stamduif van Karlo, de Oude Witte van Schriek, een kostbaar
geschenk van peter Jos.
Joujou

Karlo met Belgisch kampioen Joujou
(Brussel, Landbouwsalon 1986)
|